Home
 Zoeken:

De filmende motorrijder: Gerrit Aalfs
Geart de Vries (Omrop Fryslân)
Arcadisch zijn ze niet te noemen. De oudste beelden uit het Fries Film Archief. Wel zijn ze in een Leeuwarder park gemaakt. Op die beelden uit 1922 zijn, net als de afgelopen weken, burgemeester én wethouders van Leeuwarden prominent in beeld gebracht. In volle harmonie, opgewekt kijkend, heel wat opgewekter dan de huidige stedelijke bestuurders die de zoveelste visie op de burgemeesterscrisis van nu geven. Er was toen wèl wat te vieren: de VVV had net 25 jaar bestaan en B & W kregen twee grote vazen aangeboden die nog altijd zijn te vinden in het Leeuwarder Rengerspark. De beelden zijn vanuit een vast camerastandpunt geschoten: de film laat de stad op z'n allermooist zien, een provincie- hoofdstad op z'n zondags, compleet met opgewekte gemeentebestuurders in het park. Beelden waar menig wethouder van nu blij mee zou zijn en die hij liever ziet dan al die negatieve zaken die tegenwoordig zomaar over het kleine scherm kunnen worden uitgestort, ondanks een zwijgplicht. We zien de jaarlijkse bloemenmarkt op de Nieuwstad, een ringrijderij op het Wilhelminaplein en een prachtig afsluitend vuurwerk van de feestelijkheden. Een stad vol onschuld en vrede, niets aan de hand. Ook technisch ziet de film er prachtig uit. Maker en opdrachtgever van de film zijn onbekend, maar het zou me niet verbazen als het Leeuwarder gemeentebestuur er zelf het nodige geld in heeft gestoken. Hoewel het woord waarschijnlijk nog moest worden uitgevonden, werd er ook toen al druk gewerkt aan het 'imago' van een stad.

Dan ging de man, die als nestor van de Friese filmers wordt gezien, heel anders te werk en moest hij met heel wat minder geld zijn beelden van Friesland schieten: Gerrit Aalfs is in deze zelfde tijd actief vanuit Harlingen. Hij was hier in 1922 komen wonen en werd tekenleraar aan de plaatselijke HBS. Aalfs was opgegroeid in Drenthe, had in Leeuwarden tijdens zijn diensttijd zijn vrouw leren kennen, maar zag in het begin erg op tegen het leven in dat onherbergzame Friese land. 'Ik vond het van een vreselijke kaalheid waarin ik de schoonheid niet kon vinden' zei hij ooit in een interview. Later gaat hij er heel anders tegen aankijken en wordt - misschien een wat zware term, maar toch - verliefd op met name de wadden en het merengebied in de Friese zuidwesthoek. Overal zal hij vanaf eind jaren twintig rondrijden op zijn motorfiets om het Friese land op bewegend of stilstaand beeld vast te leggen. Het laten herleven van de natuur door middel van beelden wordt zijn handelsmerk.

Toch moet Gerrit Aalfs zich er tegelijkertijd van bewust zijn geweest dat er ook in Friesland in dat landschap iets aan het veranderen is. Hij hoeft hiervoor niet eens zo ver te rijden op zijn motorfiets. Aalfs komt nogal eens over de vloer bij een grote herenboer in het naburige Pingjum, boer Wassenaar, een moderne boer die nieuwe landbouwtechnieken toepaste op zijn veeteeltbedrijf en zelf landbouwwerktuigen ontwierp. Aalfs begint als fotograaf onder meer met het afbeelden van de diverse nieuwe attributen die hij aantreft bij Wassenaar, bijvoorbeeld een vernieuwde hooi-oplader. Wassenaar, die zelf filmde, raadde Aalfs aan om ook de beweging van deze objecten te gaan vastleggen. Hoe Aalfs zich verder in het filmvak vak heeft verdiept, weten we niet. Hij hoefde zich natuurlijk ook niet al te zeer te verdiepen in de filmkunde om plaatjes te maken van de dingen die hij om zich heen zag. Als een oprechte amateur legt hij vast hoe hij het Friese landschap aantreft en hoe het boerenbedrijf aan het veranderen is. Hij filmt de nieuwe machines die hun intrede doen, maar legt ook het verdwijnende oude landbouwbedrijf vast. Zoals bijvoorbeeld het hooien, dat nog handmatig gedaan wordt en het vervoer van het hooi op overvolle pramen door de Friese wateren. Dit waren beelden die weliswaar tot in de jaren zestig konden worden waargenomen, maar die door de mechanisatie al voor de oorlog begonnen te verdwijnen. Aalfs neemt niet alleen op, hij ontwikkelt en monteert het materiaal ook zelf, in een schuurtje bij zijn woning in Harlingen.

Er is nog iets waaraan we zien dat Gerrit Aalfs niet alleen oog had voor de natuur om zich heen zoals die jarenlang had bestaan, maar dat hij zich ook bezighield met de veranderingen in die natuur. Hij filmde het proces dat zou leiden tot de grootste verandering in het Nederlandse landschap van de vorige eeuw: de drooglegging van de Zuiderzee en dan met name de aanleg van de Afsluitdijk. Ook hiervoor kon hij dus dicht bij huis blijven, en ook hier werd hij aangespoord door zijn collega-filmer boer Wassenaar. Vanaf 1928 is Aalfs als één van de weinigen zo alert geweest om toestemming te vragen van Rijkswaterstaat om de aanleg van dat grote waterstaatkundige werk, die vier jaar zou duren, op film vast te leggen. Dat filmen moet met veel geduld hebben plaatsgevonden. Hij is er natuurlijk niet steeds bij geweest, maar heeft toch de belangrijkste momenten weten te pakken, met als hoogtepunt de sluiting van de Vlieter in 1932, het laatste gat in de dijk. Aalfs doet in dit opzicht enerzijds denken aan moderne documentairemakers die langdurige processen volgen, maar heeft tegelijkertijd ook een journalistieke inslag: hij is de actualiteitenman die erbij wil zijn als iets gebeurt. Hij was lange tijd de enige cineast die het dagelijks werk aan de Afsluitdijk filmde en zou een goede leverancier zijn geweest van beelden ten behoeve van de nieuwsuitzendingen van de regionale en ook nationale omroep, mochten die toen hebben bestaan. Ook na de oorlog maakte hij nog actuele reportages, bijvoorbeeld van het bezoek van koningin Wilhelmina aan Leeuwarden in 1947. In deze film zien wij vee defileren voor Hare Majesteit, die hevig geïnteresseerd lijkt in de Friese kampioensstieren.

Een collega-cineast en tijdgenoot van Aalfs was hevig geïnteresseerd in Aalfs' unieke beeldmateriaal over de Zuiderzee en verwerkte dan ook sommige van die beelden in zijn eigen grote documentaire over de zuiderzeewerken: Joris Ivens. Ivens weet natuurlijk door zijn montagestijl, door het aanbrengen van ritme en beweging, ondersteund door de muziek van Hans Eisler nogal wat meer te doen met de beelden die hij aangeleverd heeft gekregen. Hoewel hij voor zijn films ook unieke momenten uit de wereldgeschiedenis heeft gevolgd, was het Ivens nooit te doen om nieuwsgaring of journalistiek, om een objectieve rapportage, maar zocht hij altijd naar de kunstzinnige meerwaarde.

Aalfs' Zuiderzeefilm is door heel Nederland vertoond. De film duurde oorspronkelijk aanzienlijk langer, maar door een brand bij een vertoning in Veenlust in Veendam zijn nogal wat meters verloren gegaan. Wat Aalfs dus deed was niet veel meer dan het registreren zonder bijzondere camerastandpunten en zijn montage is ook nogal rechttoe-rechtaan. Het is de vraag of onze Friese filmer van Sergei Eisenstein, Ivens' grote voorbeeld, had gehoord. Zou zijn Pantserkruiser Potemkin, in 1926 voor het eerst in Amsterdam vertoond, ooit in Harlingen of überhaupt in Friesland zijn gedraaid?
Met de theorie van de film, met filmkunst, hield Aalfs zich niet zozeer bezig, ook al zal hij met zijn filmvrienden wel hebben gepraat over het filmvak. Dat is trouwens wel interessant: er was in het Friesland van die dagen wel degelijk sprake van een soort filmklimaat. En de meeste Friese filmers woonden toevallig ook nog in Harlingen. Filmmaker Ir. Piet Suir woonde bijvoorbeeld ook in Harlingen. Toen zijn vrouw apotheker in Harlingen werd, zei hij zijn baan bij de KLM had op om met haar naar Harlingen te gaan. Uit de films van Suir blijkt dat deze zich van net wat beter materiaal kon bedienen in vergelijking met Aalfs: zijn films zijn degelijker en Suir had wat meer nagedacht over zaken als camerastandpunt en beeldcompositie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de film Het lied van de Bird die hij samen maakte met Hein Faber, ook al weer een Harlinger. Suir had een woonark bij het eiland De Bird bij Grouw en filmde, met Hein Faber, onderwerpen die wij in de landbouwfilms van Aalfs ook tegenkomen, zij het op een wat meer poëtische manier. Hoewel ook zij amateurs waren hebben ze er net wat meer zorg aan besteed. Maar ook bij hen zien we veelvuldig melkbussen die worden schoongemaakt in de sloot, het ophalen van het hooi en mooie Friese paarden die over het scherm voorbijkomen.

Overigens is het opvallend dat al die filmers uit de rijkere milieus kwamen: er was namelijk wel geld nodig voor deze dure hobby. Er werd overigens ook weer geld verdiend met het vertonen van de films. Tijdens zijn reizen door Friesland, op de Harley Davidson, had Aalfs niet alleen met zijn camera bij zich maar ook zijn projector. Op heel wat bovenzaaltjes van cafés is zijn Zuiderzeefilm vertoond en uit de opbrengsten van de entrees konden de volgende films mede worden gefinancierd. Niet onbelangrijk was ook het ILC, het Instituut voor Landbouwcoöperatie, dat opdracht gaf voor nogal wat films.

De Friese filmers zijn in de jaren dertig nog verenigd geweest in het collectief 'Film yn Fryslân' waar eerdergenoemde filmers ook deel van uitmaakten. Zij maakten bedrijfsfilms voor de Cooperatieve Vereeniging Tot Aankoop en Bewerking Van Landbouwbenoodigdheden Voor Friesland (CAF) zoals Na veertig jaren en waagden zich aan drama: de eerste Friese speelfilm Kar út Twa werd voorjaar 1937 opgenomen. Het Leeuwarder Toneelgezelschap leverde de acteurs. We kunnen vrij gemakkelijk herleiden welke opnamen van de hand van Aalfs zijn: zien we eendjes of mooie natuuropnamen dan heeft hij ze waarschijnlijk geschoten. Het verhaal van de film is eenvoudig : 'Kar út Twa' betekent Keuze uit Twee. Anne moet kiezen tussen twee mannen: Rudmer en Murk. Rudmer lijkt de slechterik en komt in het gevang. Hij is echter helemaal niet slecht. Murk daarentegen is een snoodaard, die al langer een oogje op Anne heeft. Als Rudmer in het gevang zit doet hij pogingen om Anne aan de haak te slaan. Anne moet echter niets van Murk hebben. Gelukkig wordt hij uiteindelijk opgepakt voor de diefstal waar Rudmer van beschuldigd werd. Rudmer kan worden vrijgelaten en gelukkig worden met Anne. Deze eerste Friese speelfilm is nooit in de bioscopen vertoond, maar werd wel veel in dorpshuizen gedraaid en een breed publiek heeft er plezier aan beleefd.
Overigens, het zou interessant zijn om een vergelijkende studie te maken van het landschap in deze eerste Friese Film en in de laatste, Nynke van Pieter Verhoeff. Maar dit terzijde. De filmcarrière van Gerrit Aalfs is ietwat wat sneu geëindigd. Na de oorlog filmde hij vanuit de observatiehut Makkumerwaard de natuur. Hij kon hier nachten zitten om broedende meeuwen op film vast te leggen. In 1950 verhuist Aalfs naar zijn geboorteprovincie Drenthe en gaat zich weer meer toeleggen op waar hij mee begon: de fotografie.Veel filmmateriaal blijft achter in het schuurtje in Harlingen.

Op het moment staat Aalfs weer volop in de belangstelling. Zo zond de Omrop Fryslân in zijn landelijke zendtijd in 2000 een documentaire uit van Sietze de Vries over het leven van Aalfs, waarin de programmamaker onder meer met zijn dochter sprak, en we onze filmende motorrijder, gespeeld door een acteur die sprekend op hem lijkt, door het Friese land zien rijden.

(met dank aan Anneke van Renssen, Fries Film Archief en Sietze de Vries)
ARCHIEF

Klik hier voor de complete lijst van GBG-conferenties.


Ons Eigen Arcadië

Hollands Arkadia: beeld en projectie

De plattelandsziel: Pastorale puurheid

Bekkers te paard: pure pastoraliteit

Uilkema's beelden van het weidebedrijf in Friesland

Een afsluitend woord

©2003 Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid