Home
 Zoeken:

De Plattelandsziel: pastorale puurheid
Gerard Rooijakkers
Het platteland wordt bij uitstek beschouwd als een vindplaats van authenticiteit en laat dat nou net in de mode zijn. Want 'boer is oer, en oer is in', zoals Ileen Montijn het stelt. Wat dat betreft kunnen we in plaats van (agro)toerisme soms beter kortweg spreken van 'oerisme', gevoed door lifestyle-bladen als Landleven en evenementen als de Farm & Country Fair. Uit een onderzoek naar de unique sellingpoints van 'Brabant' in 1997 bleek dat deze provincie geassocieerd wordt met gastvrijheid en gemoedelijkheid. Het bourgondische leven kortom, waarbij 'de kwaliteit van het Brabants toeristisch product' met name gevormd wordt door 'de gastvrije Brabander'. Zijn uitstraling vormt als het ware een 'warme deken' die een zeer belangrijke dimensie aan de belevingswaarde van Brabant toevoegt; het is als het schuim op een glas bier. In Brabant kun je tot rust komen, even bijtanken, lekker wandelen en fietsen door bos en heide om vervolgens verwend te worden in gezellige dorpen en stadjes. Dat die gastvrije Brabander meer beeldvorming dan harde werkelijkheid betreft, doet aan de 'authenticiteit' van dat beeld in toeristisch-recreatieve zin niets af. Het is een regionale representatie die reeds in het vooroorlogse toerisme werd geëxploiteerd.

'Het leven is goed in het Brabantse land', zo luidt een populair refrein, dat zoals onlangs bleek bij de meeste Brabanders de voorkeur heeft als provinciaal volkslied. Het is dan ook een beeld waarin men zichzelf het liefst wil herkennen, waar natuurlijk niets mis mee is. Het zegt mogelijks zelfs veel over de perceptie van de kwaliteit van leven in deze provincie. Het breed uitdragen daarvan is iets waar elke recreatie-ondernemer slechts van kan dromen. In de consumptieruimte die platteland heet, met landschap en authenticiteit als belangrijkste toeristisch-recreatieve producten, woont dan ook 'goei volk', dat 'goei kamers' verhuurt en 'goei spul verkoopt'. Met dat volk wordt dan de gastvrije Brabander, al dan niet boer, bedoeld. Bij de spullen die hij aan de man brengt denken we niet aan varkens en kippen, maar aan ecologisch geteelde, 'streekeigen' producten en traditionele Brabantse koffietafels. In het kader van het programma Toeristisch-REcreatieve Ketens oftewel TREK-Brabant, wordt zelfs op initiatief van boerenorganisatie ZLTO een pilotproject uitgevoerd onder de titel 'Goei kamers', waarin tien ondernemers samenwerken. 'Zij hebben allen een authentieke boerderij en verbouwen de langgevelboerderij, het bakhuis of de stal van een ontginningsboerderij tot gastenkamers met een eigen luxe badkamer', waarbij de klanten 'met Brabantse gastvrijheid' ontvangen worden. Het betreft hier, aldus de woordvoerder van de productmarktcombinatie 'Het Landelijk Gebied' van de organisatie Toerisme Recreatie Nederland (TRN), 'kwalitatief hoogwaardige verblijfsaccomodaties in een landelijke omgeving', waarvan ook De Pronkkamer in Friesland, Hotel De Boerenkamer in Noord-Holland of de Open Haard Herbergen in Noord-Brabant voorbeelden zijn. Deze lokale en regionale initiatieven zijn gebundeld in een koepel onder de titel 'Nederlands Goed'.

De consument wil slapen 'als een roos in een Drentse boerderij' en 'snurken in de bedstee van Oom Lammert en Tante Klaasje' in Workum. In dit Friese plaatsje heeft dit echtpaar een 'herberg' met op de eerste verdieping een 'straatje huisjes' (kamers), voorzien van een bedstee, een strozak, een gieter als douche, een koeiendrinkbak als wastafel, karnemelkzeep, een poepdoos, een po en boerenbonten gordijnen. De journalist die voor het ANWB-verbondsblad De Kampioen aldaar de proef op de som nam, vond het erg meevallen: 'Lekker warm, zelfs een beetje té. De strozak bevat schuimrubber vlokken, de gieter spuit superwarm kraanwater over het hoofd, onder de deksel van de poepdoos schuilt een modern toilet en de karnemelkzeep kan de strijd met moderne soortgenoten helemaal aan'. Vooral de leuke details troffen hem, zoals 'de kippen in het hok, die het ontbijt leveren, tot en met het breiwerkje van Tante Klaasje in de bedstee en de sok van Oom Lammert aan de kamersleutel'. De menukaart oogt ook in Friesland 'bourgondisch', met regionale specialiteiten als het 'iselmarpansje' en de 'heidenschapster lamskotelet'. Zie hier hoe een romantisch beeld van het boerenverleden in toeristisch-recreatieve zin succesvol uitgebaat kan worden. Bij mij komt dan altijd het beeld voor ogen van de gewiekste boer uit de conference van Paul van Vliet die allerlei leuke ding'n veur de mens'n in petto heeft.

Maar wat vinden die boeren, ik bedoel de 'echte' boeren en niet de agrotoeristische ondernemers, daar nu zélf van? Nu wordt het hart in die kringen doorgaans niet op de tong gekoesterd. Door de toegenomen externe druk op de agrarische sector zien we evenwel een toegenomen behoefte aan het markeren van een groepsidentiteit, met name bij plattelandsjongeren. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat rurale idolen zoals de Achterhoekse popgroep Normaal, met optredens door heel 'landelijk' Nederland, inspelen op dit groepsgevoel. Het plattelandsimago van deze boeren-rockband wordt sterk gecultiveerd. De aanduiding 'boer' geldt hierbij als geuzennaam, hetgeen bijvoorbeeld tot uiting komt in liederen als De boer is troef: 'Zo deur de eeuwen heen, was 't boertjen niet in tel, maor toen kwam de hongerwinter toen wisten ze 't wel, op fietse zonder bände, kwamm'n zie schooien um spek, de EEG trapt ons weer terug, maor de boer die is niet gek'. De aanhang onderstreept deze boodschap door zich bij concerten te tooien met klompen of door het meedragen van agrarische attributen zoals een gieremmer.

Het lied 'Oerend hard' werd in 1977 een nationale hit. De grote man achter deze regionale muziekband is Bennie Jolink (1946) die als schepper van het genre dialectpop geldt. De groep heeft in de loop der jaren een ware cult-status bereikt, die gepaard gaat met allerlei rituelen en uitdrukkingen die niet alleen de regionale identiteit markeren, maar gaandeweg ook meer algemeen de boerencultuur van het Nederlandse platteland benadrukken. Door allerlei overheidsmaatregelen liggen de boeren onder vuur, hetgeen een soort geuzenmentaliteit tot gevolg heeft waarbij men zich afzet tegen 'stadse stoepenschijters'. De muziek van Normaal is voor de plattelandsaanhang, ook ver buiten de Achterhoek, aanleiding geworden om in een grote feesttent bijeen te komen waarbij de oude klassiekers luid weergalmen. De favoriete thema's die bezongen worden, zoals fysieke kracht, seks, snelheid, zware trekkers, bier en het ruige boerenleven, worden plastisch in beeld gebracht. Tijdens het optreden rijdt Jolink bijvoorbeeld met een motor over een boven het publiek gehangen baan het podium op, spreidt een in overall geklede boer met een gaffel balen stro over de menigte uit, of figureert een oude boer die speciaal welkom wordt geheten en als goedkeurend stamhoofd wat over vroeger brabbelt.

Net zoals bij de toeristisch-recreatieve 'goei kamers' zien we hier ­ maar dan met een naar binnen gericht, cohesiebevorderend en afbakenend effect ­ een zelfde combinatie van verwijzingen naar platteland, verleden en regionale identiteit. Het platteland van Normaal is geen burgerlijke consumptieruimte, maar een domein dat de 'boeren' voor zichzelf opeisen. Het ziet er overigens wel naar uit dat dit dan de zogeheten zone der landbouwontwikkelingsgebieden in de Agrarische Hoofdstructuur betreft. De wereld van Normaal is natuurlijk net zo goed een fictieve, symbolische ruimte. Maar als mentale categorie heeft dat platteland evenzeer bestaansrecht als het gekoesterde beeld van rust en ruimte, zonder agrarische luchtjes en met een luxe badkamer onder handbereik.

Hoezeer het beeld van boeren bij het grote publiek impulsief kan variëren bleek wel uit de sympathie die veel burgers hadden voor boeren die weigerden om hun gezonde vee tijdens de MKZ-crisis in 2001 preventief te 'ruimen'. Agrariërs die doorgaans als intensieve veehouders 'politiek correct' met de nek worden aangekeken werden hier plotsklaps weerloze underdogs van ministerie en Europese Gemeenschap. De plattelandssamenleving is, in weerwil van alle mooie rapporten en beleidsnota's, geen homogene, idyllische en maakbare wereld. En dat is maar goed ook. De toenemende exploitatie van het platteland als toeristisch-recreatief product en de musealisering van het landschap, inclusief de boerderijen, tot cultureel erfgoed kent immers zijn grenzen, hoewel die nog lang niet bereikt zijn.




voorpublicatie uit: Gerard Rooijakkers, Anneke van Lierop & Renate van de Weijer, De musealisering van het platteland. De historie van een Brabants boerenhuis (Nijmegen: SUN, 2002).

 


ARCHIEF

Klik hier voor de complete lijst van GBG-conferenties.


Ons Eigen Arcadië

Hollands Arkadia: beeld en projectie

Bekkers te paard: pure pastoraliteit

Uilkema's beelden van het weidebedrijf in Friesland

De filmende motorrijder: Gerrit Aalfs

Een afsluitend woord

©2003 Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid