|
Ter gelegenheid van het uitbrengen van de klassieker The Barefoot Contessa (1954), presenteert het Filmmuseum van 1 januari tm 3 februari 2010 het programma ‘Film over film’.
The Barefoot Contessa, een bitter sprookje over de opkomst en ondergang van een Hollywood-ster, is een van de spraakmakendste ‘Hollywoodfilms over Hollywood’. Ook Sunset Boulevard (1950, Billy Wilder) en The Bad and the Beautiful (1952, Vincente Minnelli) zijn bekende titels uit dit genre, dat in de jaren veertig en vijftig een bloeiperiode doormaakte. ‘Film over film’ legt de nadruk op deze klassiekers, maar bevat ook recente producties en Europese films van onder meer François Truffaut en Luchino Visconti. Het programma wordt afgesloten met twee klassiekers: het met een Oscar bekroonde La nuit Américaine (1973) van François Truffaut en George Cukors A Star is Born (1954) met Judy Garland en James Mason.
Achter de schermen van Hollywood De jaren veertig en vijftig waren gloriejaren van de ‘Hollywoodfilms over Hollywood’. In allerlei genres – van drama tot musical, van comedy tot melodrama – werden films gemaakt die het filmmaken en de filmwereld tot onderwerp hadden. ‘Film over film’ toont gedurende vijf weken steeds andere facetten van een thema Zo zijn de eerste drie weken gewijd aan drie belangrijke regisseurs met meerdere ‘films over film’ op hun naam. Het programma opent met Billy Wilders Sunset Boulevard (1950), het cynisch-aangrijpende portret van de uitgerangeerde filmster Norma Desmond (Gloria Swanson) dat goed was voor drie Oscars. Ook Wilders laatste film Fedora (1978) gaat over een ouder wordende ster uit de vroege film die zich niet neer kan leggen bij het verval der jaren. De eerste week bevat tevens vertoningen van Blake Edwards’ zwarte komedie S.O.B. (1981, met Julie Andrews en William Holden, die ook in beide Wilder-films de mannelijke hoofdrol vertolkt) en Luchino Visconti’s Bellissima (1951), met Anna Magnani als een door ambitie verblinde moeder die haar dochter in Cinecittà aan een filmrol wil helpen.
Vincente Minelli De tweede week staat in het teken van Vincente Minnelli. Zijn films The Bad and the Beautiful (1952) en Two Weeks in Another Town (1962), beide met Kirk Douglas in de hoofdrol, schetsen de minder frisse facetten van de Amerikaanse en Italiaanse filmwereld. Ook Minnelli’s musical The Band Wagon (1953, met Fred Astaire en Cyd Charisse) is te zien, naast een film uit hetzelfde genre: Stanley Donens musical Singin’ In the Rain (1952). Een recenter titel in het programma is Robert Altmans succesvolle comebackfilm The Player (1992, met Tim Robbins als duivelse producer), waarin Hollywood genadeloos op de hak wordt genomen.
Robert Aldrich De week erna vertoont het Filmmuseum drie films van Robert Aldrich: The Big Knife (1955), Whatever Happened to Baby Jane (1962) en The Legend of Lylah Clare (1968) rekenen alledrie op wrede wijze af met de mythe van Hollywood. Acteur Jack Palance, in The Big Knife te zien als populaire filmster die zijn ziel aan de studio heeft verkocht, speelt ook een hoofdrol in Jean-Luc Godards tragedie Le mépris (1963), die dezelfde week wordt vertoond. In Le mépris is Palance een tirannieke studiomagnaat die Michel Piccoli en Brigitte Bardot het leven zuur maakt.
Komedies In de vierde week staan klassieke en recente komedies op het programma. Te zien zijn Preston Sturges satire Sullivan’s Travels (1941), de cultfilm Living in Oblivion (Tom DiCillo, 1995), Woody Allens klucht Hollywood Ending (2002) en Tropic Thunder (2008), Ben Stillers parodie op pompeuze oorlogsfilms met hoofdrollen voor Jack Black en Robert Downey Jr. Het programma wordt afgesloten met twee klassiekers: het met een Oscar bekroonde La nuit Américaine (1973) van François Truffaut en George Cukors A Star is Born (1954) met Judy Garland en James Mason. Meer informatie: zie de website van het Filmmuseum. |