In Memoriam Kees Stip
Op 21 november 1997 maakte GBG-fotograaf Marcel Westhoff een plaatje van een reünie van medewerkers van het Polygoonjournaal; het is gepubliceerd in het allereerste nummer van de GBG-Nieuwsbrief. Op dat prentje zien we Philip Bloemendal, Kees Stip, Gijs van der Wiel, Piet Buijs en Piet Meerten in een gezellige pose bijeen. De aanleiding was de GBG-Najaarsconferentie over het filmwerk van Kees Stip waarbij de organisatie behalve de oude maker zelf ook de belangrijkste medewerkers voor die dag had weten te strikken. Het werd een buitengewoon gezellige 'Oude knarren'-dag‚ en de oudjes wisten met menig relativerend woord de wetenschappelijke inleiders op enkele punten tot de orde te roepen.
Achteraf bezien het juiste moment voor deze gouden greep van de organisatiecommissie: van alle genoemden op die foto is momenteel alleen nog cameraman Piet Meerten in leven. Buijs overleed in '98, Bloemendal in '99 en deze zomer overleden kort achter elkaar Stip en Van der Wiel.
Kees Stip (wat tot verbazing van velen geen pseudoniem was) werd geboren in 1913 te Veenendaal. Hij studeerde klassieke letteren in Utrecht met als bijvak Sanskriet. Vanwege de Tweede Wereldoorlog voltooide hij zijn studie niet, maar dat kwam ook "omdat ik niet van mijn moedertaal kon afblijven", zoals hij het zelf uitdrukte. In 1943 ontstond in Kootwijkerbroek een parodie op Weremeus Bunings gedicht Maria Lécina onder de titel Dieuwertje Diekema. De tekst verscheen zonder Stips medeweten in verschillende ondergrondse blaadjes.
Na de oorlog schreef hij reclameteksten en spoedig daarna trad hij in dienst van de Legervoorlichtingsdienst waar hij werkte aan het Strijdkrachtenprogramma. Niet veel later schreef hij voor de Filmdienst van de LVD scenario's. De overstap naar de Regeringsvoorlichtingsdienst is vanuit dat licht bezien dus niet zo groot; de wijze waarop was des te opmerkelijker. In
een Haagse bioscoop werd eind jaren veertig een journaal vertoond waarin de paus bromfietsen zegende. Toen Keest Stip dat zag riep hij uit: 'Solex Deo gloria.' Toevallig zaten B.D. Ochse en J. Lücker, respectievelijk directeur van Polygoon en hoofdredacteur van De Volkskrant in diezelfde zaal en die drie woorden van Stip werden zijn sollicitatie. Stip trad toe tot de redactiecommissie van Polygoon en publiceerde gedichten over taal en dieren in De Volkskrant. Dat laatste zou hij meer dan dertig jaar volhouden, hoewel niet steeds bij dezelfde krant.
Volkskrant-filmpaus B.J. Bertina schreef onder het pseudoniem Pennewip een rubriek onder de titel Draaiboek. In de tweede aflevering van die rubriek, op 7 oktober 1952, publiceerde Pennewips leerling Trijntje Fop een dierengedicht in de subrubriek Dieren op Versvoeten. Dat was het begin van een wekelijkse Trijntje Fop-reeks die bij De Volkskrant twaalf jaar zou duren en een bepaalde periode zelfs tweemaal per week verscheen. Veel van dergelijke gedichten zijn later in Stips verzamelbundels terechtgekomen.
In dezelfde periode reed hij iedere vrijdag per auto van zijn woonplaats Den Haag naar Haarlem, samen met Gijs van der Wiel, hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst. Bij de Polygoonstudio's in Haarlem werden de films van de RVD en de Polygoon-journaals gemaakt en Stip en Van der Wiel bespraken tijdens die autoritten de teksten voor die films. Ter hoogte van Sassenheim kwamen de Trijntjes aan de orde en ook alle mislukkingen leverden tijdens de autorit hevige lachsalvo's op. Volgens Van der Wiel had Stip een bijzonder scherpe blik voor wat er in de gewone provinciale Nederlander omging. Het Polygoonjournaal was lang na de Doorbraakgedachte van de socialisten zo ongeveer het enige wat er overbleef van de Schermerhorngroep. De journaals werden wekelijks door zo'n miljoen bioscoopbezoekers gezien.
Philip Bloemendal sprak de teksten van Stip in onder de Polygoonjournaals en de RVD-films. Door Stips lidmaatschap van de Polygoon
filmredactie was hij zeer goed op de hoogte van wat er aan filmmateriaal ooit gerouleerd had. Bij ieder item had hij wel beelden en zo bouwde hij zijn nieuwe verhaal op. Er werden woordgrappen, film- en tekstrijmen bij verzonnen en voor de nieuwe beelden stond cameraman Piet Buis garant. Buis kon het erg goed met Stip vinden, ze hadden aan een paar woorden genoeg om elkaar te begrijpen. Hij leerde van Stip diens opmerkingsgave en zijn gevoel voor relativering.
Stip leverde ook grappen voor Wim Kan in een enveloppe bij Diligentia, waar Kan zijn shows deed. In de dagboeken van Kan staat soms te lezen dat "Kees weer niets heeft gebracht" en daarmee werd dan Stip bedoeld. Hoe het contact tussen Kan en Stip is ontstaan, is niet bekend.
Na het beëindigen van Polygoon hield Stip zich voornamelijk bezig met schrijven. Zowel in de jaren tachtig als in de jaren negentig waren er kleine revivals in de aandacht voor zijn werk. Zijn bijdragen aan ons cinematografisch verleden werd door onze eigen vereniging belicht in die eerder genoemde conferentie in 1997.
Behalve puntig was Stip ook aardig en zeer toegankelijk voor anderen. Over zijn werk kon hij weinig zeggen, hij haalde zijn schouders er lachend over op en stelde vast dat dat nu eenmaal zo ging. Zo zal hij zijn overlijden ook hebben voorzien, getuige het tekstje dat hij daarvoor zelf gemaakt had: "Verbrand mij en verstrooi mijn as / tot nog verstrooider dan ik was."
Edward Schenk
|