Recensie: Giornate del Cinema Muto, Sacile, Italië 2002
De 21ste Giornate del Cinema Muto begonnen (na een vertoning van
D.W. Griffith's films uit 1912) met de film It (1927). Daarmee werd
onmiddellijk duidelijk wat het hoofdthema van het festival zou worden:
Funny Ladies. Andere speciale onderdelen van het filmfestival waren
The Italian Avant-Garde, Swiss Cinema 1896-1931, Cinema of Jeno
Janovics, Lucio D'Ambra, Mitchell & Kenyon en The Desmet Heritage.
Hoewel het hoofdthema van het festival 'Funny' Ladies was, konden
de films niet altijd beklijven. Natuurlijk waren er interessante
gevallen, zoals cross-dresser Ossi Oswalda in Ich Möchte kein
Mann sein (1919) of de Amerikaanse oom met zijn Duitse nichtje (Asta
Nielsen) in Engelein (1914), een film met vreemde pedofiele/incestueuze
ondertonen. Uiteraard waren er ook films om bij te lachen, waaronder
The Patsy (1928) met Marie Dressler en Marion Davies (met de bekende
scène waarin ze Lillian Gish, Mae Murray en Pola Negri nabootst)
of een erg mooie kopie met Technicolor-gedeeltes van Stage Struck
(1925) waarin Gloria Swanson absurd de comédienne uithangt.
Over het algemeen leek het echter alsof de meeste ladies eerder
amusing en interesting dan funny waren, en was het geheel niet erg
samenhangend.
Ook het programma van de Italiaanse Avant-garde beloofde meer dan
het te bieden had. De ondertitel an Unwitting Avant-Garde leek heel
wat toepasselijker. Schitterende korte films zoals La Storia di
Lulù (1909\10) of Amor Pedestre (1914), waarbij het verhaal
alleen verteld wordt door tot de knie gefilmde benen (en schoenen),
stonden in schril contrast met de fantasy en clowneske series van
Kri-Kri (1912 en 1913) en Le Avventure Straordinarissime di Saturnino
Farandola (1914). Lucio D'Ambra's film (uit het gelijknamige programma)
Le Moglie e Le Arance (1917) leek daarbij de suggestie te wekken
dat het eerder een literaire avant-garde betrof dan een filmische.
Swiss Cinema, Mitchell & Kenyon en de presentatie van The Desmet
Heritage, daarentegen, brachten wel wat ze beloofden. Jammer genoeg
was Ivo Bloms bijbehorende boek, Jean Desmet and the Early Dutch
Film Trade (Amsterdam University Press) nog niet klaar.
Als extraatje was er nog The Great Nickelodeon Show. Hoewel het
geen reconstructie was van een daadwerkelijk opgevoerde show, gaf
hij toch wel een indruk van hoe het ooit geweest had kunnen zijn.
Winsor McCay's Gertie the Dinosaur (1914) werd opgevoerd met bijbehorende
act en Amerikaanse sing-along liedjes konden via toverlantaarnplaatjes
meegezongen worden. Een spijkers in zijn neus slaande Mr. Blockhead
kon helaas niet zoveel aan de inhoud toevoegen, maar misschien des
te meer aan een mogelijk oorspronkelijke sfeer: de in de zaal aanwezige
Italiaanse schooljeugd werd zowaar enthousiast en enkele meisjes
slaakten heuse gilletjes.
Rudmer Canjels
|