|
Nieuws uit de archieven: Nzambi Mpungu of De echte God: eerste
Belgische missiespeelfilm?
KADOC, het Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum van de
Katholieke Universiteit Leuven huist een uitgebreide collectie
Belgische missiefilms. De films worden geregeld geraadpleegd door
zowel binnen- als buitenlandse onderzoekers. In verschillende
televisieprogramma's werden en worden fragmenten gebruikt. Eind
vorig jaar nog zond Arte Abenteurer Gottes uit, een productie
van de Eupense cineast Marcel Bauer voor de Bayrische Rundfunk.
De tweedelige documentaire vertelt de geschiedenis van de katholieke
missies aan de hand van missiefilms uit o.m. de KADOC-collectie.
(De documentaire wordt in het najaar herhaald op Canvas, het tweede
net van de VRT-televisie.) Begin januari van dit jaar werd in
Brussel Mfumu Matensi voorgesteld, een film van Samuel Tilman
en Nicolas de Borman, over hun oom-missionaris, de jezuïet
Victor Mertens. Ook die documentaire zal ongetwijfeld de weg naar
het televisiescherm vinden.
Bij de begeleiding van beide producties werd onze aandacht gevestigd
op Nzambi Mpungu, een film uit 1928 die KADOC al langer in zijn
bezit heeft, maar die nog niet grondig werd geanalyseerd. De film
opent met de tekst "Mission Cinématographique Genval
au Congo Belge 1928". Dan volgt de titel "Nzambi Mpungu".
Twee (Franse) tussentitels maken het doel van de productie duidelijk:
het tonen van de actie van de katholieke missies in Afrika, met
de medewerking van "echte inlanders, handelend in het kader
van een zeer eenvoudig scenario". De film "reconstrueert
getrouw het dagelijkse leven van de missionarissen en enkele inlandse
gewoonten".
Het verhaal is inderdaad zeer simpel: in Zugula, een dorp in de
Kwangostreek, onderhandelt N'Goma over de bruidschat van zijn
toekomstige vrouw Kaoulou. Het komt tot een overeenkomst en het
paar gaat samenwonen. Ze worden echter al snel bedreigd door de
dorpstovenaar en vluchten naar "de priesters van de God der
blanken". In de buurt van de missiepost ontmoeten ze Jozef,
een stamgenoot-catechumeen. Hij wijst op de voordelen van een
bekering: leren lezen, schrijven en rekenen, het aanleren van
het beroep van timmerman of drukker, het kunnen werken op de grote
hoeven, de verzorging van zieken, de markt waar Kaoulou kan kopen
en verkopen. Maar bovenal "zullen ze de echte God (Nzambi
Mpungu) leren kennen die beschermt tegen de tovenaar". N'Goma
en Kaoulou besluiten de stap te zetten. Ze krijgen afzonderlijk
catechese, worden gedoopt en - N'Goma in een wit pak en met vlinderdas
- huwen voor de kerk.
Dit eenvoudige verhaal, met de klassieke missiefilm-'ingrediënten'
(tovenaar, vlucht naar de blanke missionarissen, bekering), wordt
op een vrij primitieve manier in beeld gebracht. Het is dan ook
slechts de aanleiding om aan de Belgische bevolking het leven
op een missiepost, met name die van de jezuïeten in Kisantu,
en 'de weldaden van de blanke beschaving' te tonen.
'Genval' in de openingstekst verwijst naar de regisseur van de
film: Ernest Genval, pseudoniem van dichter-zanger Ernest Thiers,
geboren in Luik in 1884 en omgekomen in Dachau in 1945. Vanaf
1925 maakte hij naam als Congocineast. Hij bezocht de Belgische
kolonie vier keer en werkte hoofdzakelijk in opdracht van de koloniale
ondernemingen. Titels als La Compagnie du Kasai, La Forminière
à Noki of Les Brasseries du Katanga wijzen in die richting.
In opdracht van het ministerie van Koloniën en naar aanleiding
van de honderdste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid
en "het vijftigjarig bestaan onzer bezetting in Congo"
realiseerde hij in 1930 de film L'Action Civilisatrice de la Belgique
au Congo, "een balans onzer menslievende en industriële
actie in ons koloniaal Rijk". Ook de missies komen daarin
aan bod. Andere belangrijke producties zijn Congo, coeur d'Afrique
(1930) en L'or blanc chez les noirs (1938, over de katoenproductie).
Hij zou ook getekend hebben voor Gulden gloed in 't zwarte land,
een documentaire uit 1930 in opdracht van de broeders van Scheut.
In totaal realiseerde Genval een zestigtal documentaires. De filmhistoricus
Francis Bolen schreef aan Genval "de verdienste [toe] de
kolonie als eerste met de camera systematisch te hebben bestudeerd".
Slechts enkele van zijn producties zijn bewaard, waaronder de
genoemde 'katoenfilm' (in het Afrikamuseum van Tervuren). Aan
dat korte lijstje kan nu Nzambi Mpungu worden toegevoegd.
Luc Vints
Voor meer informatie kijk op www.kadoc.kuleuven.ac.be/
|