Home
 Zoeken:

Recensie: Conferentie "Uitgesproken verleden"

Groningen, 18 oktober 2002

Het historische interview lijkt een algemeen ingeburgerd hulpmiddel bij onderzoek te zijn geworden. De laatste jaren hebben zelfs enkele grootschalige projecten plaatsgehad die als doel hadden herinneringen vast te leggen. De omvangrijkste was de bevraging van Nederlanders in het voormalige Nederlands-Indië. Maar ook bij het onderzoek naar de opvang van hen die na een onvrijwillig buitenlands verblijf in de Tweede Wereldoorlog naar Nederland terugkeerden, was het interview een veelgebruikte manier van bronschepping. Ook bij het NIOD-onderzoek naar Srebreniça werd het gebruikt. Een speciaal geval is het Nederlandse onderdeel van Spielbergs Shoah-project. Hier geldt het eerder het oprichten van een monument, dan geschiedschrijving. Verder zijn er tal van individuele onderzoekers en afstuderende studenten die met vrucht geheugens aanboren als bron. Voor de historische radio- en televisiedocumentaire wordt eveneens veelvuldig gebruik gemaakt van interviews met mensen die 'het hebben meegemaakt'.

De eerste golf van populariteit van het historisch interviewen in de jaren zeventig van de vorige eeuw had de nestgeur van de arbeiders- en vrouwengeschiedenis; tegenwoordig is de oral history daarvan geëmancipeerd. Opvallend bij die nieuwe bloei is, dat er - anders dan een kwarteeuw geleden - nauwelijks sprake is van methodische bezinning en debat.

Met de theoretische beschouwing werd onlangs een klein nieuw begin gemaakt door de studentenvereniging Ubbo Emmius in Groningen. Op 18 oktober 2002 troffen historici, documentairemakers en journalisten elkaar op een door de geschiedenisstudenten georganiseerde conferentie met de titel "Uitgesproken verleden". Daar werd duidelijk hoezeer de reflectie op geheugenraadpleging is achtergebleven bij de bloeiende praxis. Hoe gewoon het interviewen ook geworden is, het resultaat blijft een bron met bijzondere kanten. Het unieke en 'gevaarlijke' eraan is, dat die door de onderzoeker zelf mee geschapen is. Om geschiedverhalen, die geheel of gedeeltelijk gestoeld zijn op interviews, op hun betrouwbaarheid te kunnen toetsten, is het van essentieel belang dat die getuigenissen bewaard en toegankelijk blijven. Een tweede vereiste is dat de mogelijkheid behouden blijft om hetzelfde materiaal later voor ander onderzoek te gebruiken.

Elke archeoloog kan ons vertellen hoe bespottelijk het is om materiaal dat bij een opgraving te voorschijn komt, na het schrijven van het onderzoeksrapport te vernietigen. En dat is nu precies hetgeen in de praktijk van onze mondelinge documentatie schering en inslag is. Het interviewmateriaal, dat de grondslag voor wetenschappelijke studies vormt, blijft veelal bij de auteurs op de plank liggen en vergaat snel. Interviews, die gemaakt worden voor meer journalistieke gedrukte of audiovisuele geschiedverhalen, worden dikwijls gewist, zodat alleen de citaten in die verhalen ons resten.

De Nederlandse archiefwereld is momenteel slecht toegerust voor het bewaren van orale getuigenissen. Tijdens een debatje op 6 oktober 2002 ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van OVT - het geschiedenisprogramma van de VPRO-radio - verklaarde de directeur van het NIOD, Prof. Hans Blom, met droge ogen dat het audio-archief van zijn instelling met interviewopnamen grotendeels gewist is. Bij de landelijke publieke omroep worden gemaakte programma's goed bewaard en toegankelijk gemaakt, maar de interviews die eraan ten grondslag liggen, gaan meestal teloor. Bij de regionale omroepen is hetzelfde aan de hand en bestaat een grote achterstand bij het conserveren en toegankelijk maken van materiaal, waar vaak mooie interviews tussen blijken te zitten.

Als de historische en de archiefwereld, samen met de omroepen, niet snel in beweging komen, zal het met groeiend succes aanboren van geheugens gaan leiden tot een verdere toename van het weggooien van herinneringen.

Homme Wedman




Index Nieuwsarchief

©2003 Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid