Recensie: Filmmuseum Biënnale, Amsterdam,
23-27 april 2003
Van 23 tot en met 27 april vond in Amsterdam de eerste editie van
de Filmmuseum Biënnale plaats. De bedoeling van dit (tweejaarlijkse)
festival is dat in de programmering van het Filmmuseum extra aandacht
besteed wordt aan schatten uit eigen collectie. Daarnaast wordt
steeds ook een collega-archief uit het buitenland uitgenodigd om
zijn juweeltjes aan het Nederlandse publiek te presenteren. Dit
jaar was dat het UCLA Film & Television Archive.
Ikzelf heb alvast erg genoten van de eerste aflevering van het festival.
Ik heb er mooie films gezien, en kopieën van goede kwaliteit.
De programmaonderdelen "See the sound, hear the image"
en "35mm Poem" toonden films in combinatie met muzikale
en poëtische live-evenementen die absoluut de moeite waard
waren. Dankzij het found-footage-programma heb ik me kunnen wentelen
in nostalgie. Tot slot ben ik op onderhoudende wijze onderwezen
tijdens een workshop over filmrestauratie.
Alles bij elkaar vond ik het toch wel jammer dat de informatie over
filmrestauratie grotendeels beperkt bleef tot die ene workshop.
Hoofdgast van het festival, Robert Gitt (hoofd conservering van
het UCLA-archief) leidde dan wel bijna iedere uit zijn archief afkomstige
titel in, zijn inleidingen bleven vaak beperkt tot een korte schets
van de geschiedenis van de film. Daardoor verdronk de summiere informatie
over het restauratiewerk, dat nochtans essentieel was om al die
films op vaak wonderbaarlijk mooie wijze weer zichtbaar te kunnen
maken, veelal in een zee van filmhistorische feiten. Dat is jammer,
vind ik, omdat goede filmconservering geen evidentie is, en toeschouwers
zich niet altijd bewust zijn van hun geluk te wonen in een stad
met een Filmmuseum waar aan restauratie en vertoning veel aandacht
wordt besteed. Pas als je spreekt met cinefielen uit landen en steden
waar dit niet zo is, merk je hoe bevoorrecht je bent. Het Filmmuseum
mag op dit front dus best nóg minder bescheiden worden.
Ook was me niet altijd even duidelijk wanneer een nieuwe restauratie
van een film in première werd vertoond. Nochtans was er,
ook naast de workshops, nogal wat aandacht voor precies dat aspect
van het geprogrammeerde. Zo was er een volledig programmaonderdeel
(getiteld "Fresh") waarbinnen net geconserveerde films
gepresenteerd werden. Helaas viel dit idee een beetje in het water,
omdat de meest interessante nieuwe restauraties deel uitmaakten
van andere programma's. Erdgeist is er bijvoorbeeld zo een waar
lang en hard aan gewerkt is. Daar werd helaas volledig aan voorbij
gegaan tijdens de vertoning, omdat alle aandacht uitging naar de
(overigens bijzonder mooie) muzikale begeleiding door Corrie van
Binsbergen en compagnie. Dezelfde situatie gold ook tal van andere
premièrefilms die niet als 'nieuw' gepresenteerd werden.
Binnen het 'Fresh'-programma werden uiteindelijk maar drie restauraties
als première gepresenteerd; in twee gevallen waren de films
al eens eerder vertoond.
Om die reden zou het een volgende keer wellicht een beter idee zijn
om de premières niet meer 'op te sluiten' in een sowieso
toch niet al te best functionerend programmaonderdeel. Laat premières
dan gewoon maar premières zijn, en vertoon ze dwars door
het festival heen. Geef in de introductie niet alleen een woordje
uitleg over de functie van de voorstelling binnen het betreffende
programma, maar zeg ook wat over het restauratiewerk - en laat dat
dan bij voorkeur doen door de persoon die de restauratie heeft uitgevoerd.
Op die manier benadruk je dat het publiek het voorrecht heeft als eerste een nieuwe filmkopie
te zien waar achter de schermen van het archief hard aan gewerkt
is, en kan je wellicht bij een breder publiek interesse wekken
voor het werk dat het mogelijk maakt om opnieuw van archieffilms
te genieten.
Bregtje Lameris
|