Home
 Zoeken:

Seminarie: The Cinema is also sound! Sound recording and sound reproduction: the (in)compatibility of old techniques and digital performance

ARCHIMEDIA-seminarie, Cineteca del Commune di Bologna, 4-5 juli 2002

Na een dikke halve eeuw conserveren lijkt het erop dat, althans in Europa, de grote meerderheid van het gearchiveerde materiaal dat stamt uit de beginperiode van de filmgeschiedenis, al tenminste één keer op een nieuwe drager is overgezet. De films die tot voor kort een prioritaire behandeling kregen bij restauratoren, behoorden immers veelal tot de 'zwijgende' soort, die door hun leeftijd en vooral schaarsheid een bijzondere plaats innemen in de meeste nationale audiovisuele collecties.

De laatste jaren is in die situatie grondige verandering gekomen. Recente ontdekkingen op het vlak van de ontbinding van acetaatfilm, die lange tijd voor 'veilig' doorging, tonen aan dat conservering van nieuwer materiaal niet minder urgent is. Het zogenaamde azijnsyndroom, evenals de onherroepelijke vervaging en verkleuring van modern filmmateriaal, maken het noodzakelijk dat ook films uit de jaren vijftig, zestig en zeventig nu al worden aangepakt. Eén bijkomstigheid hiervan is, dat restauratie zich nu niet langer kan beperken tot het beeld, maar ook het erbij horende geluid in acht dient te nemen.

Tijdens Il Cinema Ritrovato, het festival voor gerestaureerde film in Bologna (Italië), had een seminarie plaats met de bedoeling een beginnend inzicht te bieden in een problematiek waar archivarissen en laboratoriumpersoneel tot op heden nog weinig ervaring mee hebben. Het seminarie werd georganiseerd door ARCHIMEDIA, een met Europees geld gefinancierd netwerk voor de bewaring en promotie van het filmerfgoed, dat in zijn jaarlijkse sessies telkens een aspect van conservering/restauratie of presentatie belicht.

Eén van de voornaamste uitgangspunten van het seminarie was de stelling dat niet zozeer de restauratie van geluid problematisch is, als wel het feit dat de dag van vandaag oude films noodzakelijkerwijs in nieuwe zalen gedraaid moeten worden. Nieuwe zalen betekent immers ook: nieuwerwetse geluidsinstallaties, die hoe dan ook geen exacte reproductie toelaten van originele soundtracks. Veruit het meest fundamentele probleem is dat de huidige processoren en luidsprekers afgesteld zijn op het weergeven van hogere frequenties dan mogelijk was ten tijde van de opname - en daarbij dan weer ruisonderdrukking (Dolby, bijvoorbeeld) moeten gebruiken, die het originele geluid kan vervormen. Zelfs áls het mogelijk zou zijn in een nieuwbouwtheater een originele mono-set-up te reconstrueren (zoals bij de originele vertoning van veel nitraatfilms uit de jaren veertig, met een enkele geluidsbron achter het scherm), of een vroege stereo-situatie, dan nog is de vraag of dit wenselijk is, omdat dit de draaibaarheid van een gerestaureerde film zou beperken tot een heel klein aantal exclusieve zalen.

Een ander probleem dat door verschillende sprekers werd aangehaald, is de omschakeling van wit naar rood licht in de afleeskop voor het geluidsspoor. Die wijziging is een maatregel die toelaat dat de geluidsregistratie op kleurfilm niet langer gebeurt op een spoor met een emulsie met daarin zilverpartikels (die een moeizamer, en dus duurder ontwikkelingsproces noodzakelijk maakt), maar wel op een magenta (en, binnen afzienbare tijd, een cyaankleurige) track, die in hetzelfde ontwikkelingsbad kan als het beeld. Voor het precies aflezen van zilveren tracks, zoals op oudere kopieën, is echter wit licht nodig, dat gestaag verdwijnt uit onze theaters...

Zoals bij het begin van de sessie al aangekondigd was, zouden de sprekers in de loop van de twee seminariedagen meer vragen oproepen, dan dat ze antwoorden zouden geven. Zo nieuw is de problematiek immers, dat velen nog van het bestaan ervan bewust gemaakt moeten worden, voordat ze geacht kunnen worden er oplossingen voor te bedenken.

Tezelfdertijd werd echter ook verslag gedaan van de eerste stappen in projecten die de bedoeling hebben advies te bieden inzake de behandeling van geluid in een archiefcontext. Eén van die initiatieven is genomen door het Norsk Filminsitutt, in samenwerking met FIAF (Fédération Internationale des Archives du Film), die werken aan een 'Advanced Projection Manual', waarin voor bovengenoemde problemen praktische suggesties gedaan zullen worden. De conclusie die uit die laatste bijdrage, maar ook uit het hele seminarie getrokken moeten worden, is dat het van uitermate groot belang is dat niet alleen films bewaard worden, maar evenzeer de technologie waarmee, en de context waarin ze ooit gepresenteerd werden.

Eef Masson




Index Nieuwsarchief

©2003 Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid