FIAT/IFTA seminar on television documentary March, 13th and 14th 2014

Dear Sir, Madam,

 

On 13 and 14 March 2014 FIAT/IFTA, the international federation of television archives, organises a two-day international seminar on television documentary.

 

On the first day (13 March) former and current practitioners (commissioning editors, directors, critics and archivists) will discuss their work in a series of witness seminars.

A keynote speaker will express his thoughts on the state of television documentary.

 

On the second day (14 March) academics will present short papers on various aspects of television documentary, its history, practice and aesthetics.

The day will kick off with a keynote lecture by Paul Kerr, Senior Lecturer in Television Production at Middlesex University.

 

On both days extracts from relevant television documentaries will be shown on the big screen in the main auditorium of the Netherlands Institute for Sound and Vision.

 

The seminar is organised by the FIAT/IFTA Television Studies Commission, whose aim it is to promote academic research of the holdings of television archives that are a member of the federation.

It will take place at the Netherlands Institute for Sound and Vision in Hilversum, Netherlands. Programme details will be available in January 2014. For further information: FIAT/IFTA TSC-Seminar2014

 

Kind regards,

 

FIAT/IFTA TSC Seminar team 2014

T +31 35 677 4999
F +31 35 677 3307

 

nieuwe versie van Historici.nl

Uitnodiging




KNHG en Huygens ING lanceren nieuwe versie van Historici.nl


14 januari 2014 van 16.00 tot 17.30 uur


Koninklijke Bibliotheek Den Haag


Toegang gratis


 Aanmelden info@knhg.nl of 070-3140363


Als beroepsorganisatie van en voor historici werkt het KNHG aan de vernieuwing van het vak. Samen met het Huygens ING bieden we de gemeenschap van professionele historici nu een digitaal platform voor online discussie en samenwerking.

Wil je als onderzoeker, student, docent, archivaris, museummedewerker of historisch geïnteresseerde discussiëren met vakgenoten over actuele historische en maatschappelijke thema’s, onderzoeksrapporten, methoden & technieken, bronnen, films, tv-programma's en tentoonstellingen? Ga vanaf 14 januari 2014 naar het vernieuwde Historici.nl en start een eigen online groep.

Historici.nl blijft dé startpagina voor informatie en actualiteit, en blijft toegang bieden tot een schat aan digitale bronnen en publicaties.

 

Publieksdebat Digitale Geschiedenis


De lancering wordt gevierd met een Publieksdebat Digitale Geschiedenis. Prikkelende stellingen nodigen op 14 januari de aanwezigen uit om te discussiëren over de (on)mogelijkheden van digitale geschiedenis. Lees vanaf 18 december 2013 online ook het speciale themanummer Digital History van BMGN – Low Countries Historical Review.



Stellingen


* Door onze groeiende digitale voetafdruk kunnen we in de toekomst de geschiedenis beter voorspellen en verklaren. Onze historische onderzoekspraktijk, onze analyses en onze kennisproductie veranderen daardoor fundamenteel.


* Digitale geschiedenis is onbelangrijk voor de meeste historici. De vragen die digitale geschiedenis in het geesteswetenschappelijk domein brengt zijn helemaal niet nieuw, en ook niet vernieuwend.


* Voor historisch onderzoek zijn tijdstip, gebeurtenis en plaats de belangrijke entiteiten. ‘Big data’ leveren daarover onvoldoende informatie op zodat statistisch relevante conclusies volstrekt onmogelijk zijn.


* Digitale geschiedenis maakt nieuw empirisch historisch onderzoek mogelijk. Digitale geschiedenis versterkt daardoor de identiteit van het vak als wetenschappelijke discipline.



Programma


16.00 uur Opening met korte reacties op de stellingen door onder meer Susan Legêne (voorzitter KNHG en hoogleraar VU) en Lex Heerma van Voss (directeur Huygens ING)

16.15 - 17.00 uur Publieksdebat onder leiding van Leonie de Goei (directeur KNHG, managing editor BMGN – LCHR, projectleider Historici.nl) en Joris van Zundert (onderzoeker digital & computational humanities Huygens ING)

17.00 - 17.30 uur Lancering door de redactie van Historici.nl en aansluitend borrel

  - See more at: http://www.historici.nl/Nieuws/Actueel/Uitnodiging%20Lancering%20nieuwe%20versie%20Historici.nl#sthash.sP0wKMk4.dpuf

Call for Papers Tijdschrift voor Mediageschiedenis

Call for Papers Tijdschrift voor Mediageschiedenis


Senior Researcher / Postdoc at Erasmus University Rotterdam

Hi all, at the Dutch Journal for Mediahistory we now have an (open) Call for Proposals that might be of interest to some of you. Please see the call text below and do not hesitate to contact me or send it to someone you think might be interested in it. Thanks!

Tijdschrift voor Mediageschiedenis
Journal for Media History
Call for proposals


The Tijdschrift voor Mediageschiedenis (Journal for Media History) (TMG), is dedicated to Dutch & Flemish media history in its broadest sense. The academic journal is founded in 1988, is published twice a year and counts on average 160 pages. Since 2012 the journal is online available in open access format, allowing multimedia content such as television or radio clips to be embedded within the article. All articles are peer reviewed but the journal also likes to offer a platform to young academics who would like to rework their thesis into an article.

We invite authors to submit proposals for TMG’s Winter issue 2014. There are no thematic prerequisites. We would like to receive a short summary of the topic, a short explanation of your approach and methods, the main results, and a short account of what your research contributes to (Dutch & Flemish) media history. Please, also mention whether your proposal concerns the reworking of your thesis. Proposals can be submitted in Dutch or English until
January 6th, 2014.

Procedure
You will receive a response to your proposal before January 31st, 2014. After a positive evaluation we would like to you to send us a first complete version of your article not later than May 1st, 2014. The editors will send the eligible articles to our reviewers (2 blind peer reviews) who will evaluate your article on its quality and relevance. Not later than 60 days after you’ve submitted your first complete version you will be receiving the comments of the reviewers. If applicable, you will have 60 days to rewrite your article.

Please, email your proposal to: kleppe@eshcc.eur.nl

More information
- For more information on the Tijdschrift voor Mediageschiedenis, please visit http://www.tmgonline.nl/
- The latest issue can be found here: http://www.tmgonline.nl/index.php/tmg/issue/view/5/showToc
- For more information concerning this Call for Papers please contact dr. Martijn Kleppe via Kleppe@eshcc.eur.nl

http://www.linkedin.com/groupAnswers?viewQuestionAndAnswers=&discussionID=5811092398389895171&gid=2055774&trk=eml-anet_dig-b_nd-pst_ttle-cn&fromEmail=&ut=0wOSTkL28_nm01

Uitnodiging Erfgoedarena 27 november 2013

Oral History en het audiovisuele archief

Geachte heer/mevrouw Van den Berg, 

Samen met FRAMER FRAMED nodigen we u van harte uit voor de Erfgoedarena van aanstaande woensdag 27 november over Oral history en het audiovisuele archief.

Steeds meer oral history interviews worden door erfgoedinstellingen afgenomen, opgeslagen en bewaard. Deze vorm van verzamelen brengt nieuwe vragen met zich mee, waarbij vragen omtrent technologie een belangrijke rol spelen.


 

De aankomende Erfgoedarena gaat in op de volgende aspecten:
techniek, het gebruik, verbindingen, relevantie en de privacy van de geïnterviewde.


 

Hoe maken we zoveel mogelijk hergebruik en verbindingen tussen collecties mogelijk? Wat zijn daar de voor- en nadelen van? Hoe krijgen we in beeld waar het publiek op zit te wachten en hoe kan dit materiaal zo gebruiksvriendelijk mogelijk worden aangeboden? Wat zijn de vragen over privacy en autonomie van de geïnterviewde waar we rekening mee moeten houden?

 

In de Erfgoedarena zullen we deze vragen opwerpen en bespreken aan de hand van praktijkvoorbeelden. Kom mee praten met Julia Noordegraaf (hoogleraar voor erfgoed en digitale cultuur aan de Universiteit van Amsterdam), Danielle Kuijten (als freelancer betrokken bij projecten van Imagine IC) Stef Scagliola (Senior researcher Erasmus Studio for e-research/Erasmus School for History, Culture and Communication) en columnist Josien Pieterse (initiatiefnemer van Framer Framed en directeur van Netwerk Democratie, platform voor democratische innovatie), onder leiding van moderator Léontine Meijer-van Mensch.

Traditiegetrouw wordt er afgesloten met een informele netwerkborrel.

Tot dan,
Met vriendelijke groet,
Het Erfgoedarena team




Wat:                Erfgoedarena -  Oral History en het audiovisuele archief
Wanneer:         27 november 2013
Hoe laat:          20:00 uur, inloop vanaf 19:30 uur
Waar:              Reinwardt Academie, Dapperstraat 315, 1093 BS, Amsterdam
Pers contact:    Pauline van der Pol +31(0)6-42740001
Aanmelden via: 
http://www.reinwardtcommunity.nl/13449                    


(Om u bezoek aan de Erfgoedarena aan te melden dient u in te loggen op de Reinwardt Community. Rechtsbovenin op http://www.reinwardtcommunity.nl/ ziet u daarvoor de opties:
1.) inloggen met uw Facebook profiel
2.) door een apart profiel aan te maken voor de communitysite.)


 

 

Mocht u meer informatie over de Erfgoedarena willen ontvangen, dan kunt u mailen naar erfgoedarena@ahk.nl.

International Documentary Film Festival Amsterdam

Bewegend beeld uit de loopgraven: EFG 1914

Volgend jaar is het precies een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. IDFA besteedt daar aandacht aan met het festivalprogramma First World War, the First War on Screen bestaande uit 8 films uit de periode 1917-1928 en gerelateerd aan het project EFG1914 van de European Film Gateway, waarvan hieronder vier films te zien zijn.

EFG1914 digitaliseert 661 uur aan bewegend beeld van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), uit eenentwintig Europese archieven. Deze beelden zullen te zien zijn op op EFG Portal en Europeana.

Het materiaal bestaat uit bioscoopjournaals, documentaires, fictiefilms en propagandafilms, daarnaast worden er een aantal anti-oorlogsfilms gedigitaliseerd die na 1918 zijn gemaakt en terugblikken op de tragedies van de jaren 1910.

Eye Filmmuseum draagt ruim 100 uur aan bewegend beeld (zo'n 300 films) bij aan het project, waaronder vele beelden die nooit eerder zijn vertoond.

Tijdens de presentatie Moving Tales from the Trenches: Highlights from the WWI Collections of EYE op zondag 24 november zullen veel andere hoogtepunten en verrassende ontdekkingen uit het EYE-archief te zien zijn.



- See more at: http://www.idfa.nl/nl/film-kijken/themaprogramma-s/bewegend-beeld-uit-de-loopgraven.aspx#sthash.omHgV68x.dpuf

IDFA

 

SYMPOSIUM MEDIA EN WAANZIN

Waanzin is altijd een dankbaar onderwerp geweest voor verhalen en films.  Met de negentiende eeuwse voorbeelden van de gek geworden uitvinder of wetenschapper als Dr. Frankenstein of Dr. Jekyll and Mr. Hyde of de moderne versie van de neurotische gedragingen in een serie als Desperate Housewives. Vereniging Geschiedenis Beeld en Geluid (GBG), de redactie van het Tijdschrift voor Mediageschiedenis en Beeld en Geluid organiseren op 26 september een symposium Waanzin en media waarin het nieuwe TMG-nummer over dit thema wordt gepresenteerd.

In themanummer Waanzin en media van het Tijdschrift voor Mediageschiedenis wordt het onderwerp in minder voor de hand liggende media uitingen besproken, van advertenties tot geluid en van fotografie tot de vibrator. In het symposium Waanzin en media wordt aan de hand van vertoning van archiefmateriaal het thema uitgediept. Hoe bepalen media het beeld van de geestesziekten en van de wetenschap? Wat vertellen de oude beelden van experimenten ons over de ontwikkeling van de wetenschap?  Maar ook, hoe kunnen audiovisuele media gebruikt worden als bron of als middel in de huidige tijd?

PROGRAMMA


Op het programma staat een aantal presentaties van Patricia Pisters (UvA), Bas Agterberg (Beeld en Geluid), Gemma Blok (UvA) en Jennifer Kanary (Roomforthoughts). In een forum staat samenwerking centraal: tussen erfgoedinstellingen zoals Beeld en Geluid en Dolhuys en de verschillende wetenschappelijke disciplines zoals Disability Studies; Dolhuys; neurologen; mediahistorici; historici van psychiatrie; psychologie en wetenschapshistorici.

Het volledige programma verschijnt begin september op de website. Houd deze pagina dus in de gaten.

PRAKTISCHE INFO


26 september 2013, 13.00-17.00

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, Hilversum

Toegang: €15.- (GBG-leden vrij toegang)

Aanmelden: symposium@beeldengeluid.nl

http://www.geschiedenisbeeldgeluid.nl/

www.tmgonline.nl

In memoriam: Geoffrey Donaldson (Newcastle, Australië 1929 – Rotterdam 2002)

Op de beroemde conferentie van Brighton, het 34e FIAF-congres, dat in mei - juni 1978 in Engeland werd gehouden (en waar de New Film History zo'n beetje werd uitgevonden, als we de verhalen mogen geloven) liep ook een Australische Nederlander rond, Geoffrey Donaldson genaamd. In zijn filmografische nijver verspreidde hij er een voorlopige filmtitellijst van Theo Frenkel senior, een Nederlandse filmpionier. Frenkel gebruikte in het buitenland de familienaam van zijn beroemde oom, de acteur Louis Bouwmeester. Hij regisseerde jarenlang films in Engeland, Frankrijk en Duitsland, voordat hij zijn eerste Nederlandse film realiseerde. Met zijn actie in Brighton hoopte Donaldson meer informatie te vinden over deze internationale cineast. Donaldsons filmografie werd nadien gepubliceerd in Cinema 1900/1906. An analytical study (1982) en een jaar later in het Nederlandse filmtijdschrift Skrien. In 1985 besteedde Donaldson een lemma aan dezelfde Frenkel in het Biografisch Woordenboek van Nederland. Nadien hebben ook anderen over deze Bouwmeester-telg geschreven, maar Donaldson gaf de eerste stoot.

Terwijl massa's Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog naar Australië en Nieuw-Zeeland emigreerden, kwam de Australiër Donaldson in 1955 naar Europa, waar hij als een moderne Tuschinski in Rotterdam bleef hangen. Na diverse baantjes werd hij vanwege zijn enorme talenkennis vertaler en correspondent voor Unilever. Al jarenlang cinefiel en gaandeweg ook filmjournalist, werd hij door vragen van buitenlandse collega's gewezen op het gebrek aan kennis en onderzoek over de Nederlandse zwijgende speelfilm. Er lag toen voor hem een enorm veld open, want serieuze filmhistorici kende Nederland nog nauwelijks. Filmgeschiedenis beperkte zich, wat speelfilmproductie betreft, tot anekdotiek, nostalgie en een niet al te nauwkeurig en nogal denigrerend beeld van het eigen verleden. Een doorn in het oog van Donaldson, die juist meticuleus de vak- en dagbladpers doorploegde - een klus die voordien niemand systematisch op zich had genomen. Behalve in Britse bladen als Films and Filming en The Silent Picture publiceerde Donaldson vooral in Skrien over de Nederlandse zwijgende speelfilm.

In Skrien, anno 1970 nog een links-radicaal en sterk politiek getint blad , verraste Donaldson met een empirisch-historische benadering in zijn artikel "De Nederlandse zwijgende films en de Nederlandse 'filmhistorici'". Hij uitte daarin zijn ongenoegen over het bestaande gebrek aan nauwgezet filmhistorisch onderzoek. Met zijn Skrien-artikel "De eerste Nederlandse speelfilms en de gebroeders Mullens" (1972) waste hij de bestaande filmkritiek (dat wil zeggen, de oude garde van Simon van Collem, Bob Bertina en Charles Boost) opnieuw de oren door terug te grijpen naar primaire bronnen. Op die manier wist hij de film Mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon te Zandvoort te dateren en tegelijkertijd te situeren als zeker niet de eerste Nederlandse speelfilm, zoals voordien jarenlang was geopperd. Hij toonde daarmee impliciet aan dat de kritiek tot dan toe elkaar lukraak kopieerde, zonder oorspronkelijke bronnen te controleren en zonder veel historisch besef. Wat hij daarbij niet vermeldde was dat degenen die tot dan toe over de Nederlandse filmgeschiedenis schreven, vooral journalisten waren en geen historici. Zij hielden er een andere houding op na, waarbij de (gekleurde) herinnering, het spannende verhaal of de grap belangrijker was dan een juiste vermelding van jaartallen, titels of namen.

Donaldson werd daarmee eigenlijk de nestor van de Nederlandse filmgeschiedenis en symbool voor de opkomst van het filmhistorisch onderzoek in Nederland, dat vanaf de jaren zeventig plaatsvond en zich na Donaldson profileerde via de generatie Dibbets, Hogenkamp en Brederoo en de daaropvolgende generatie, waartoe ik mijzelf reken. Ik denk niet dat wij vandaag de dag nog steeds de 'methode Donaldson' hanteren, maar wij zijn zeker wel schatplichtig aan zijn baanbrekende werk.

Van 1982 tot en met 1988 publiceerde Donaldson in Skrien biografieën en filmografieën van producenten, acteurs, regisseurs en cameramannen van de Nederlandse zwijgende speelfilm. Dat deed hij onder de titel "Wie is wie in de Nederlandse film tot 1930". Na het dolkomische Uit de oude doos van Simon van Collem werd nu op serieuze wijze geschreven over Nederlandse filmpioniers als Franz Anton Nöggerath Sr, de gebroeders Mullens, Johan Gildemeijer en Theo Frenkel. Tot de serie behoorde ook een uitvoerig artikel over de Hollandia-vedette Annie Bos, die Donaldson had weten te interviewen toen dat nog mogelijk was. [Het interview is helaas niet op band opgenomen.] Precies als Donaldson was, sloot hij de serie af met een lijst correcties op de diverse lemmata en een lexicon. Het is jammer dat de "Wie is wie"-serie nooit gebundeld is uitgegeven, bijvoorbeeld door Skrien of GBG - al zou zo'n publicatie wel voor een klein publiek van fijnproevers zijn.

Donaldson was een trouw bezoeker van de Giornate del Cinema Muto in Pordenone, Italië, niet alleen omdat dit het Mekka van de zwijgende filmvertoning is, maar ook vanwege het internationale netwerk van filmhistorici en archivarissen aan wie hij vragen kon stellen voor zijn eigen onderzoek. Sommigen van hen werden ook zijn vrienden. Het leidde er onder meer toe dat Donaldson in 1990-91 een artikel over de Chileense acteur Adelqui Migliar publiceerde in het Italiaanse filmhistorische tijdschrift Immagine. Migliar, met zijn Latijnse trekken een soort proto-Valentino, was in de Eerste Wereldoorlog een van de sterren van de Hollandia-studio's.

Geoffrey Donaldson had in 1955 de grote oversteek gemaakt, maar was daarna behoorlijk honkvast geworden. De in Rotterdam woonachtige filmhistoricus ontving liefst thuis, want reizen naar Pordenone en later ook naar Sri Lanka wilde hij wel, maar aan de drukte van de grote stad, met name die van Amsterdam, had hij een hekel. Donaldson was ook uiterst kritisch, niet alleen als het om filmhistorische details ging, maar ook wat betreft details in de menselijke omgang . Berucht was het feit dat hij niet gebeld wilde worden door vreemden. Wie contact met hem wilde, moest eerst maar eens op papier zetten wat hij of zij precies wilde. En kreeg dan wel altijd antwoord, of hij of zij nu beginnend student of professor was. Geoffrey wilde altijd eerst zien dat wie hulp zocht ook al behoorlijk wat onderzoek had verzet - lees: net als hijzelf. Daarna wilde hij zijn kast met zijn honderden dossiermapjes wel openmaken om een deel van zijn felbegeerde documentatie te laten zien. Maar dat alleen als jij, de zoekende, eerst precies aangaf wat je zocht. Met als gevolg dat je wel eens misgreep als je niet precies de goede vragen stelde. Frustrerend soms, maar tegelijkertijd ook een serieus spel: jij zorgde er de volgende keer wel voor dat je beslagen ter ijs kwam.

Het contact met Geoffrey werd voor mezelf allengs minder zakelijk. Naarmate ik vaker langskwam, en vooral, naarmate de correspondentie intensiveerde, want Geoffrey moet een verwoed typist zijn geweest. Op een oude typmachine tikte hij dagelijks talloze brieven aan vrienden, kennissen en collega's, waarbij de filmhistorische weetjes steeds meer werden vermengd met alledaagse faits divers naarmate de band met de geadresseerde hechter werd. Naast een serieuze gedrevenheid kwam daarbij zijn gevoel voor understatement naar boven.

Onder de directie van Hoos Blotkamp werd Donaldson herhaaldelijk door het Filmmuseum betrokken bij de identificatie van Nederlandse zwijgende films en de vaststelling van een Nederlandse filmografie. Die samenwerking leidde dan ook bij datzelfde Filmmuseum tot het besef dat Geoffrey's jarenlang opgebouwde kennis absoluut in een royale publicatie moest worden vastgelegd en naar buiten moest worden gebracht. Met een voorwoord van Hoos Blotkamp, onder redactie van ex-Skrien redacteur Céline Linssen en met een inleidend artikel van voormalig Skrien- en Filmmuseum-medewerker Peter Delpeut, werd Donaldsons Fundgrube vertaald in een uiterst gedetailleerd en rijk geïllustreerd boek. De kroon op zijn werk, kun je met recht stellen.

Bescheidenheid, kalmte en verlegenheid, daardoor liet Geoffrey zich telkens weer kenmerken, of het nu ging om zijn omgang met mensen - vandaar dat intensieve contact per post - of om de uitreiking van prijzen, zoals het Gouden Kalf, overhandigd op de Nederlandse Filmdagen van 1998, of eerder de Cinemagia-prijs van de Nederlandse beroepsvereniging van Filmers (NBF), die Donaldson in 1981 kreeg. Hij hoefde niet zo nodig in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij was ook wars van filmtheorie, hield het liever bij het Rankiaans sec verzamelen van de gegevens, juist omdat zijn voorgangers daar zo weinig aandacht aan hadden besteed. Hij inspireerde daar ook anderen mee, zozeer dat langzamerhand gegevens van anderen op terreinen die aan zijn specialisme raakten ervoor zorgden dat hij zijn eigen panorama moest bijstellen. Donaldson vermoedde bijvoorbeeld in 1972 dat de geënsceneerde 'actualiteit' 'n Herinnering aan wijlen Z.M. Willem III, een rijtoer makend door het Vondelpark (1899) van Franz Anton Nöggerath Sr de oudste speelfilm was en niet de Mesaventure. Donaldson was wel zo slim om zijn artikel te beginnen met de opmerking: "Onder journalisten bestaat een ongeschreven wet: Schrijf nooit dat iemand de eerste is geweest, want altijd zal er al een lezer zijn die iets weet te vertellen over een ander die hem voor was." Dat was ook op hemzelf van toepassing, want in Donaldsons latere magnum opus Of Joy and Sorrow (1997) gaan er drie filmpjes vooraf aan de Rijtoer.

De vroege jaren van de film zijn niet alleen slecht gedocumenteerd door nalatigheid van filmcritici en een gebrek aan primair bronnenonderzoek, de bronnen liggen tevens niet zo voor het oprapen als in latere periodes. Je moet nogal eens een hink-stapsprong maken via allerlei buitenissige bronnen, om aan je informatie te komen. Volgende generaties onderzoekers kunnen weer met informatie komen waar jij nog niet aan had gedacht. Archiefmateriaal, of het nu papier of films betreft, kan beschikbaar worden waar het dat eerder nog niet was. Samengevat: de Nederlandse filmografie zou voorlopig nog wel eens een work in progress kunnen zijn. Dat neemt niet weg dat met Of Joy and Sorrow een mijlpaal is bereikt, die het Filmmuseum terecht heeft uitgegeven. Heel slim om daar zoveel mogelijk foto's van verdwenen films in te stoppen, in de hoop er zo nog een paar terug te vinden; foto's die trouwens voor een flink deel uit Donaldsons verzameling komen. Terecht dat Donaldson voor dit monnikenwerk een jaar na het uitkomen van het boek een Gouden Kalf kreeg op de Nederlandse Filmdagen, uit handen van toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg. Een respectabel boek dat inmiddels bij veel filmbibliotheken te vinden is en door gerenommeerde boekhandels zelfs op het net wordt aangeboden. Geoffrey Donaldson wordt met deze erfenis niet vergeten.

Ivo Blom

UvA, Stadsarchief Amsterdam en Picturae werken samen aan MOCCA

Ontwikkeling innovatief model voor crowdsourcing binnen de culturele erfgoedsector.

Kunstgaleries, bibliotheken, archieven en musea uit de hele wereld hebben in de afgelopen tien jaar in toenemende mate de mogelijkheden van crowdsourcing ontdekt voor het beschrijven en indexeren van erfgoedcollecties. Wat tot nog toe echter ontbreekt, is een goed model om te bepalen welke typen en methodes van crowdsourcing nodig zijn voor welke doeleinden. Dit model is noodzakelijk aangezien crowdsourcing een blijvend onderdeel zal gaan vormen van de werkstroom van erfgoedinstellingen. De Universiteit van Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam en Picturae willen binnen het project MOCCA (Modeling Crowdsourcing for Cultural Heritage) een dergelijk model ontwikkelen.

Het project MOCCA heeft als doel een model te ontwikkelen voor crowdsourcing binnen de cultureel erfgoedsector. Het project wordt gefinancierd door het Centre for Digital Humanities en het Creative Industry Research Centre Amsterdam van de UvA. Met dit model kunnen het Stadsarchief Amsterdam en andere erfgoedinstellingen straks gemakkelijker bepalen welke vorm van crowdsourcing het meest effectief kan worden ingezet.

De organisaties die MOCCA ontwikkelen willen met het model ook een empirische bijdrage leveren aan het academisch debat over de impact van crowdsourcing op de status van culturele erfgoedinstellingen als kenniscentrum. Tot nog toe is dit debat grotendeels theoretisch en ideologisch van aard geweest. Hierin kruisen voorstanders van de democratisering van traditionele kennisinstituten de degens met fervente tegenstanders die vrezen voor het verval van expertise. MOCCA zal een op empirisch onderzoek gestoelde evaluatie bieden van de rol van crowdsourcing in de cultureel erfgoedsector waardoor er een beter inzicht komt in de toekomst van kenniscentra en de rol van expertise in het digitale tijdperk.

Het model wordt aan de hand van een analyse van het doel, de organisatie, de infrastructuur en de resultaten van twee crowdsourcingprojecten ontwikkeld. Op dit moment werken het Stadsarchief Amsterdam en Picturae samen aan twee crowdsourcingprojecten die zich hiervoor lenen: het project Red een Portret, waarin vrijwilligers wordt gevraagd om portretten van de fotocollectie van Jacob Merkelbach te beschrijven en identificeren of een bedrag te doneren, en het project waarin de fotocollectie van het Maria Austria Instituut zal worden getagged.

bron: http://www.informatieprofessional.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=9902&Itemid=79